Herinneringen aan de zalmvisserij

Mijn moeder is in 1933 in Pernis geboren, op zalmvisserij Oranje Nassau. In de tijd van mijn moeders geboorte was de visserij al lange tijd buiten bedrijf, de zalmvisserij stopte ermee in 1919. Mijn opa en oma verhuisden later naar Capelle aan den IJssel. Mijn oma had nog lang heimwee naar het huis van haar kinderjaren en vertelde mijn moeder graag verhalen over haar leven in die tijd. Mijn moeder heeft ze opgeschreven.

“Het is vroeg in de ochtend. Er zijn geen andere geluiden dan die van de wind in de hoge populieren achter het huis en van het water dat kabbelt langs de beschoeiing. Toch zal het niet lang meer rustig zijn, want het getij staat op keren. Als de eb valt moet er gevist worden op de kostbare zalm die nu nog nietsvermoedend door het water schiet.

Oma op de zalmvisserij, jaren 20. Bron: familiearchief.

De deur naast de boetschuur gaat open en de porder stapt naar buiten. Hij ziet dat de golven op de Maas gouden kuiven beginnen te krijgen, de oostelijke hemel kleurt en wordt snel lichter. Hij haast zich naar binnen, de keet in. “Eruit, mannen!”, schreeuwt hij, “Het is tijd!” Wanneer hij gemompel en gekreun hoort gaat hij weer naar buiten en klopt aan het raam van de directeurswoning.

De zon komt nu boven de horizon uit en geeft aan alle dingen een feestelijke gloed. Een frisse wind waait aan over het brede water. Uit de pijp van de sleepboot stijgt een wolk zwarte rook, de stoker is al bezig met de ketels. De porder gaat het pad op naar de wei, waar de paarden al op hem wachten.

Langs de oever lopen de vissers bedrijvig heen en weer, daar vaart de sleepboot af, het eerste zegenschip hangt erachter. Langzaam stoomt hij op naar het midden van de rivier, bij stukjes en beetjes verdwijnt het net in het water. Het zwarte paard wordt ingespannen bij het rad, zodat het straks het net weer kan binnenhalen. De stemmen van de vissers schallen over de rivier. Nu ligt het hele net in het water, de kurken vloten dobberen op de golven, langzaam drijven ze mee met de stroom.

De stoomboot vaart uit met het zegenschip. Plaats onbekend. Bron: Verslag van de Staatscommissie voor het Zalmvraagstuk, 1916.

Nu zwemmen de zalmen nietsvermoedend in de mazen bij hun trek stroomopwaarts. Ze zullen spartelen met hun glanzende lijven, maar vrijkomen zullen ze niet! Het is nog rustig op de rivier op dit uur, een enkele boot vaart voorbij op weg naar zee, met een boog om het net heen op het waarschuwend getoeter van de sleepboot. De man op het zinkschip hoeft niet in actie te komen, hij drijft maar wat bij het midden van het net. Als er grote schepen komen moet hij het net verzwaren met stukken lood, zodat het zinkt en niet stukgevaren wordt.

Dan is het net beneden bij de ‘haal’. Het is langs de rail gegleden tot aan de stoommachine die het net binnen zal trekken, de sleepboot komt al naar de kant gevaren. Plotseling is er grote bedrijvigheid! De ene kant van het net wordt vastgemaakt aan de haspel die door het paard zal worden rondgedraaid, de andere aan de stoommachine. Dan komen beiden in actie, de machine hijgt en puft, het paard draait geduldig rondjes, langzaam dobberen de vloten naderbij. De sleepboot vaart rond om een ander zegenschip aan te haken en het volgende net de rivier op te trekken.

Het paard staat klaar om het zegennet in te halen bij een andere zalmvisserij, waarschijnlijk Klein Profijt II bij Hoogvliet. Jaar onbekend. Bron: Nationaal Archief.

De vissers helpen een handje om de buit binnen te krijgen, ze gooien haken om de bovenkant van het net en trekken uit volle macht! De ruimte tussen het net en de wal wordt kleiner, het water is in beroering, de zalmen vechten voor hun vrijheid! Maar daar komen de mannen met grote schepnetten en daar is de eerste al uit het water. Met het net op de rug sjouwen de vissers langs het paadje naar de grote houten bun waarin de vis levend wordt gehouden.

Ze rennen heen en weer en de sleepboot toetert, het volgende net is in aantocht.

De buit wordt binnengehaald. Jaar en plaats onbekend. Bron: Nationaal Archief.

Maar toen ik met mijn ouders daar wegging om te gaan wonen in Capelle aan den IJssel, was het stil geworden op de visserij. Zalmen waren er al lang niet meer in het vervuilde water, er hingen geen netten meer te drogen op de ‘hang’ tussen de hoge bomen en paarden waren er ook niet meer in de wei.”

2 reacties op “Herinneringen aan de zalmvisserij”

  1. […] Het vissen vond plaats bij eb, wanneer de zalmen stroomopwaarts de rivier opzwommen. Het net dreef aan de oppervlakte met kurken drijvers. De zegenstenen die het net op de bodem op zijn plek hielden worden nog regelmatig teruggevonden door archeologen.  Het enorme net nam een groot deel van de vaargeul in beslag. In geval van nood kon de ‘zinker’ het net laten zinken met lood om een schip door te laten. Dat ging ook wel eens mis, wat leidde tot fikse ruzies. Er zullen veel vissers bij de zalmvisserij gewerkt hebben: het was een arbeidsintensief proces dat continu doorging. Mijn oma heeft de gang van zaken mooi beschreven. […]

    Like

  2. Thank you for this detailed description of salmon seine fishing along the Maas. My great grandfather, Arie Dubeldam, worked with Oranje Nassau. Arie was married to Josina de Jong, cousin to Aart de Jong, the Boss.

    Like

Geef een reactie op Andrew Davis (Dubbeldam) Reactie annuleren